Militaire geschiedenis

Vliegbasis Soesterberg

De Vliegbasis Soesterberg was de eerste militaire vliegbasis van Nederland, was het oudste vliegveld van Europa en het op één na oudste van de wereld. Als eerste militaire vliegbasis in Nederland werd de vliegbasis Soesterberg ook wel de bakermat van de Koninklijke Luchtmacht genoemd. In 1910 richtte de automobielfirma Verwey en Lugard uit Den Haag in de buurt van Soesterberg een heideveld in als burgervliegveld. Frits Koolhoven, de beroemde luchtvaartpionier en vliegtuigbouwer, maakte op Soesterberg op de 2e Paasdag 1911 de eerste proefvlucht met zijn zelfgebouwde vliegtuig de ´Heidevogel´.
In 1911 kregen vier infanterie-officieren toestemming van de Minister van Oorlog Colijn, om een vliegeropleiding te volgen. Vooruitlopend op de oprichting van een militaire luchtvaartafdeling, kocht de Staat der Nederlanden op 28 maart 1913 het vliegterrein bij Soesterberg. Op 16 april van dat jaar tekende H.M. Koningin Wilhelmina het Koninklijke Besluit nr. 29, waarbij met ingang van 1 juli 1913 de Luchtvaart Afdeling (LVA) werd opgericht.
De eerste commandant was de landmachtkapitein der Genie H. Walaardt Sacré. De organisatie en het materieel waren nog uiterst bescheiden. Er werd gevlogen met het gehuurde vliegtuig 'de Brik'. De vliegbasis bestond aanvankelijk uit een heideveld met enkele houten gebouwtjes, maar veranderde al snel in een volwaardig vliegveld met werkplaatsen en kantoren.

Wolfhounds 32nd TFSq

Het 32d Tactical Fighter Squadron is opgericht op 01 Februari 1940 op Kelly Field, Texas.
In November 1954 komt het 32d TFS naar Soesterberg en in 1994 komt er een eind aan 40 jaar Wolfhounds op Soesterberg. Een bijnaam van het Squadron is "The Queens Own" vanwege de nabijheid van paleis Soestdijk.
In de jaren 70 word er een wijk gebouwd ten behoeve van de Amerikaanse militairen die werkzaam zijn op Vliegbasis Soesterberg genaamd Apollo.
Het gedeelte waar het 32d TFS gestationeerd is op vliegbasis Soesterberg word omgedoopt tot "Camp New Amsterdam" een naam die heden ten dage nog steeds in gebruik is.

Du Moulinkazerne

In 1937 wordt met de bouw van deze kazerne begonnen, als permanente verblijfplaats van de Genietroepen die tot dat moment op Hoogte 50 verbleven. Op het moment van de mobilisatie in augustus 1939 stonden de casco van de gebouwen er, maar was de kazerne nog niet af. De appelplaats werd al wel gebruikt voor o.a. beëdigingen. Bij het uitbreken van de oorlog in mei 1940 waren de pavilioens klaar, maar het wachtgebouw, het bureelgebouw, de kantine en het badgebouw nog niet.
Na de gevechten ten oosten van Amersfoort kreeg het eerste en het vijfde Regiment Huzaren in de avond van 12 mei het bevel om terug te trekken achter de Grebbelinie en zich te verzamelen op de Geniekazerne te Soesterberg. Daar verbleven zij tot de avond van de volgende dag, waarna ze het bevel kregen om zich terug te trekken naar Haarzuilen.
De Duitse bezetters vervolgden de werkzaamheden aan de Dumoulin-kazerne, die vrijwel meteen in gebruik werd genomen. In 1940-1941 voerden zij aanvullende bebouwing uit, op het kazerne terrein, maar met name ten zuiden ervan, waar een voertuigenpark en een munitiepark verscheen op de plek waar voorheen Kamp Hoogte 50 was. In met name de laatste 2 oorlogsjaren werden verschillende gebouwen beschadigd door bombardementen en beschietingen. In mei 1945 namen de Canadezen hun intrek, maar de herstelwerkzaamheden startten pas in de winter van '45/46 na het vertrek van de Canadezen. De Nederlandse Genie kwam na de oorlog weer in de kazerne, en vestigde hier de Genie-school voor de opleiding van het kader en specialisten. Met name de Mijnenschool en de Camouflageschool waren hier bekend van. Voor de rest gebruikten de Uitrustingstroepen de kazerne voor de opleiding van 
manschappen voor de uitzending naar Indië.
Het duitse voertuigenpark ten zuiden van de DuMoulin-kazerne behield die functie als 1e voertuigenpark van de R.I.M.I. (Reparatie Inrichting en Materiaal Inspectie) van het Nederlandse leger.
(Tekst : Richard de Mos)

Kamp van Zeist

Nadat in 1804 een groot kampement bij Austerlitz werd aangelegd voor Franse en Bataafse troepen, wordt na de Franse tijd in 1818 de heide ten zuiden van Soesterberg aangewezen als officieel militair kampement-terrein. Gedurende de zomermaanden worden tentenkampen opgezet en oefeningen ter veld uitgevoerd van in Utrecht gelegerde eenheden van het Nederlandse Leger. Dit terrein wordt bekend als Kamp bij Zeist, later verbasterd tot Kamp van Zeist. Vanaf 1879 is het kamp exclusief in gebruik door Genietroepen en krijgt het een meer vaste structuur met vaste houten bebouwingen. In 1901 wordt in de vorm van een Rijkswoning voor de Kampcommandant het eerste stenen gebouw geplaatst.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden op het Kamp ruim 12.000 gevluchte Belgische militairen geïnterneerd. In 1937 ging het van de Genie over in de handen van de Luchtvaartafdeling, die er met luchtdoelartillerie oefende. In de duitse bezettingsjaren werd het kamp voornaemlijk gebruikt voor de Landwirtschaft. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een deel van het terrein in gebruik bij de Amerikaanse luchtmacht, die tot 1994 een basis had op de Vliegbasis Soesterberg.
In 1980 verhuisde het Luchtvaartmuseum naar het Kamp van Zeist. Tussen 1999 en 2002 was een groot deel van het terrein Schots grondgebied, voor de huisvesting van een Schotse rechtbank en gevangenis voor de rechtszaak over de Lockerbie-aanslag. Die gebouwen werden vervolgens omgebouwd tot detentiecentrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers.
( tekst : Richard de Mos )

Beukbergen

Tussen 1653 en 1654 werd buitenplaats Beukbergen gebouwd en de eerste eigenaar diende zijn bijdrage te leveren aan de aanleg van de “Amersfoortsche Straatwegh”.
In de loop der tijden hebben er op het landgoed drie landhuizen gestaan. Het eerste huis dateert uit de 17e eeuw toen het gebied werd verkaveld. Dat is in 1834 afgebroken. In 1863 is een nieuw huis gebouwd dat ook weer is gesloopt om plaats te maken voor het huidige huis dat werd gebouwd in 1910.
In 1941 wordt Huize Beukbergen gevorderd door de Duitsers.
Op 23 februari 1950 werd Beukbergen officieel geopend door oud-minister van oorlog, Mr. J. Meynen. Vanaf 1954 is het terrein en het huis eigendom van de Stichting tot Steun van de Protestantse Geestelijke Verzorging bij de Krijgsmacht.
Op 19 december 2000 werd het Militaire Vormingscentrum Huize Beukbergen officieel geopend door de toenmalige Staatssecretaris van Defensie, de heer H.A.L. van Hoof.