Centrum voor Mens en Luchtvaart

Gepubliceerd op 3 mei 2026 om 14:20

Soesterberg: bakermat van de luchtvaart en vliegmedische dienst

Van verbandgebouw tot hypermodern laboratorium

De geschiedenis van de Nederlandse militaire luchtvaart en de vliegmedische zorg is onlosmakelijk verbonden met Vliegbasis Soesterberg. Al vroeg in de twintigste eeuw ontwikkelde deze locatie zich tot een centrum van innovatie, waar luchtvaarttechniek en medische wetenschap samenkwamen.

De beginjaren van de luchtvaart

In 1913 nam Defensie het eenvoudig aangelegde vliegveld op de Soesterbergse heide over van de pioniers Verweij en Lugard, die hier in 1910 een vliegveld waren gestart. In deze periode waren prominente luchtvaartpioniers actief, waaronder Anthony Fokker, Frits Koolhoven en Hendrik Walaardt Sacré.

Walaardt Sacré werd de eerste commandant van de Luchtvaartafdeling en van het vliegkamp Soesterberg. In deze beginfase ontbrak een gespecialiseerde medische dienst voor vliegers; men beperkte zich tot algemene gezondheidscontroles.

Ontstaan van de vliegmedische dienst

Een belangrijke stap volgde in 1919, toen vlieger-arts Pieter van Wulfften Palthe de opdracht kreeg een vliegmedische dienst op te richten. Zijn werk richtte zich op het onderzoeken van de fysieke en mentale gevolgen van vliegen — een relatief nieuw onderzoeksgebied in die tijd.

Een van de eerste medische faciliteiten op het terrein was het zogenoemde Verbandgebouwtje (Luchttorengebouw uit de jaren ’20). Hier werkte onder andere sergeant-verpleger Jan van Drie, die bij incidenten met vliegtuigen per fiets uitrukte om eerste hulp te verlenen. Systematische vliegmedische keuringen bestonden toen nog niet.

Het gebouw bestaat vandaag de dag nog steeds en bevindt zich op het terrein van het Nationaal Militair Museum.

Professionalisering na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de ontwikkeling van de vliegmedische zorg in een stroomversnelling. Onder leiding van dr. J. Chr. Hubach werd in 1947 een vliegmedisch laboratorium opgericht op Soesterberg. Hubach had al ervaring opgedaan in Kalidjati, waar hij leiding gaf aan een vergelijkbare faciliteit.

Zijn loopbaan werd onderbroken door krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar na terugkeer zette hij zich in voor de verdere ontwikkeling van de vliegmedische wetenschap. In 1952 stond hij mede aan de basis van het Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum, waar hij leiding gaf aan de vliegmedische keuringen tot zijn pensionering in 1958.

Ook commodore dr. J. Brouwer speelde een belangrijke rol als medeoprichter van de vliegmedische dienst. Waar keuringen aanvankelijk door één arts werden uitgevoerd, groeide dit uit tot een multidisciplinair proces met gespecialiseerde deskundigen.

Uitbouw van faciliteiten en onderzoek

In 1952 werd het gebouw aan de Kampweg 3 in gebruik genomen voor vliegmedische keuringen. Samen met Kampweg 2 vormde dit het centrum van medische luchtvaartonderzoeken. Kampweg 2 was gericht op militair personeel, terwijl Kampweg 3 ook civiele vliegers bediende.

Een bijzonder onderdeel van de faciliteiten was de desoriëntatieruimte in de kelder van Kampweg 2, waar piloten werden getest op ruimtelijke oriëntatie. Nog indrukwekkender was de centrifuge die in 1959 in gebruik werd genomen. Hier werden vliegers blootgesteld aan hoge G-krachten (tot 9G) om hun fysieke belastbaarheid te trainen.

Deze centrifuge was destijds uniek: er bestonden wereldwijd slechts twee exemplaren. Hierdoor trok Soesterberg internationale aandacht en kwamen piloten uit heel Europa hierheen voor training en keuring.

Naast luchtvaarttoepassingen werd ook geëxperimenteerd met medische toepassingen. Zo werd in 1968 geprobeerd een metaalsplinter uit het oog van een jongen te verwijderen door middel van centrifugale krachten — een experiment dat uiteindelijk niet succesvol was.

Modernisering en internationale positie

In 1983 werd een nieuwe centrifuge aangeschaft, wat het belang van Soesterberg als vliegmedisch centrum verder onderstreepte. Door voortdurende investeringen bleef de locatie een toonaangevend kenniscentrum.

Sinds 2002 is het centrum gevestigd onder de naam Centrum voor Mens en Luchtvaart (CML). Dit instituut richt zich op het optimaliseren van menselijk functioneren in extreme omstandigheden binnen de lucht- en ruimtevaart.

Binnen het CML volgen vliegers trainingen zoals:

  • centrifugetraining voor G-krachten
  • hypoxietraining in een hypobare kamer
  • desoriëntatietraining

Hiermee wordt gewaarborgd dat vliegers zowel fysiek als mentaal optimaal voorbereid zijn op hun inzet.

Huidige situatie en erfgoed

Vandaag de dag is de oorspronkelijke infrastructuur deels veranderd. Het gebouw aan Kampweg 2 is verkocht en omgebouwd tot appartementen, terwijl Kampweg 3 nog steeds dienstdoet als vliegmedisch centrum.

Soesterberg heeft zich ontwikkeld van een eenvoudig vliegveld tot een internationaal erkend expertisecentrum. De combinatie van luchtvaartgeschiedenis, medische innovatie en voortdurende ontwikkeling maakt het tot een unieke locatie binnen zowel de Nederlandse als internationale luchtvaart.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.